Geschiedenis van glas

Glas is zo oud als de aarde zelf. De oervorm van glas is Obsidiaan, een donker sterk glanzend vulkanisch glas

Oudheid

Obsidiaan werd al in de prehistorie geslepen tot bijvoorbeeld pijlpunten of verwerkt in sieraden, maar ook de geschiedenis van door mensen gemaakt glas is zeer oud. Hoewel het niet precies bekend is, ligt de oorsprong van het glas in de oude culturen rond het Middellandse Zeegebied. Er zijn in het Midden Oosten geëmailleerde voorwerpen en sieraden gevonden van rond 5000 voor Chr. en in het oude Egypte werden rond 2000 voor Chr. al zalf-flesjes, vaasjes en sieraden, gemaakt. Dit glas ziet er heel anders uit, het is donker en niet doorschijnend.

Er zijn meerdere verhalen over de uitvinding van het glas, maar het lijkt een toevallige gebeurtenis te zijn geweest. Zo gaat het verhaal dat een blikseminslag in een soda- en kalkrijk zandgebied langs de Nijl, een brand met zeer hoge temperaturen veroorzaakte. Nadat de brand was uitgewoed ontdekte men dat het zand op de plaats van de brand was veranderd in een harde stof. Glas! Maar ook de Romeinen speculeerden al volop hoe in een ver verleden mensen op het idee waren gekomen om zand en soda te gaan mengen en te gaan verhitten. De Romeinse generaal en historicus Plinius beweerde dat rond 5000 voor Chr. een schip van Fenicische koopmannen geladen met o.a. sodabrokken, bij ruig weer in de buurt van Libanon op een strand vastliep. De schepelingen maakten op het strand een kampvuur van de sodabrokken die door de hitte van het vuur smolten en zich mengden met zand en kalk (schelpen) tot een glasachtige substantie.Bestaat het toeval?

Het eerste glas werd in elk geval in potten boven open vuur gemaakt uit sodarijk zand. Men gaf het product een bepaalde vorm door het boetseren van de gesmolten glasmassa. Later ging men gesloten oventjes bouwen en konden hogere temperaturen worden bereikt (± 1200 °C ) waardoor het glas vloeibaarder werd en ook beter verwerkt kon worden.

Feniciërs en Romeinen

Het lukte Fenicische glasmakers omstreeks 50 voor Chr. met behulp van een metalen blaaspijpje een holte in de glasmassa te blazen. Dit was het begin van de glasblaastechniek.

Als gevolg van de hogere smelttemperatuur en het herhaaldelijk smelten van de beste brokken glas werd het glas steeds doorzichtiger. Men ontdekte ook dat toevoeging van verschillende stoffen invloeden had op het glas. Toevoeging van kalk maakte het minder gevoelig voor aantasting. Arsenicum bijvoorbeeld kon men gebruiken als reinigingsmiddel en tinoxide om het glas troebel te maken. Door toevoeging van metaaloxiden kon het van nature groene glas plotseling ook blauw, paars, rood, geel, roze en helemaal wit kleuren.
De Fenicische kooplieden en zeelieden zorgden voor de verspreiding van de glasmakerskunst rond de Middellandse Zee.

 

Pas omstreeks het jaar 300 gaven de Romeinen een naam aan deze wonderlijke stof: GLESUM, wat doorzichtig of glanzend betekent. Het woord glas is hiervan afgeleid. Door de Romeinen werd glas ook voor het eerst gebruikt als constructiemateriaal, namelijk als vensterglas. Ze goten daarvoor een gesmolten mengsel van zand en soda op een steen.

 

Door de verder ontwikkeling van de blaastechniek kon een enorme variëteit aan vormen worden gemaakt in een relatief snel productieproces. Glas werd in Rome tot een massaproduct, toegankelijk voor iedere beurs. Maar glaswerkers bleven ook technische en artistieke meesterwerken maken, met technieken die ons vandaag de dag nog altijd voor raadsels stellen.

Van Middeleeuwen naar Nieuwe tijd

Na de val van het Romeinse Rijk brak er een periode van verval aan voor de glasmakers, maar omstreeks het jaar 1200 bloeide de glasmakerskunst weer op. Het middelpunt lag opnieuw in Italië, namelijk in Venetië op het eilandje Murano. Er werd een glasblazersgilde opgericht en er kwamen nieuwe technieken en meer verfijnde recepturen. Hoewel er strenge straffen stonden op het verraden van de kunst van het glasmaken, verspreide deze zich over Europa tussen 1550 en 1650.

In die 16e eeuw maakte men vensterglas door met behulp van een blaaspijp een bol te blazen, deze open te snijden en vervolgens door snel ronddraaien tot een schijf te maken. Later blies men de bol uit tot een cylinder. Deze cylinders liet men afkoelen, ontdeed ze van hun dichte uiteinden en sneed ze in de lengte open. De cylinders werden in een oven verhit tot het glas zo week werd dat ze kon worden vlakgestreken op een vuurvaste plaat.

Industriële revolutie

In de 19e eeuw vond de ontwikkeling naar industrieel produceren van diverse soorten glas plaats. Volcontinue smeltovens en machinale blaasmachines voor flessen deden hun intrede en er werd een industrieel proces voor het maken van vensterglas uitgevonden waarbij het glaslint werd opgetrokken uit een smeltbad met glas. Tegenwoordig wordt vlakglas vervaardigd volgens een door Pilkington Brothers omstreeks 1950 in Engeland ontwikkelde methode waarbij glas  drijvend op een bad van vloeibaar tin, zijn vaste vorm krijgt (floatglas).

20e en 21e eeuw

In de 20e eeuw raakte de ontwikkeling van nieuwe glasproducten en productietechnieken in een versnelling. Nieuwe samenstellingen en verwerkingstechnieken leidden tot een grote variatie aan glasproducten zoals gloeilampen, TL-buizen, maar ook displays, glasvezel voor versterking van kunststof en glaswol.

De groei van het aantal toepassingen is nog lang niet ten einde. Het materiaal glas leent zich voor steeds nieuwe toepassingen.

Leerdam glasstad

De van oudsher meest bekende glasstad in Nederland is Leerdam. Hier wordt sinds 1765 glas gemaakt. Vandaag de dag zijn er een grote verpakkingsglasfabriek van O-I Manufacturing en een tafelglasfabriek van Libbey gevestigd, maar vindt er ook nog ambachtelijke kristalglasproductie plaats in het Glasvormcentrum en is het Nationaal Glasmuseum hier gevestigd.

.                    .